Groep 4: Lezen, toen en nu: analfabetisme en het leesplankje



Je staat er niet bij stil als je deze letters leest en wat je er voor hebt moeten doen om te kunnen lezen: oefenen, oefenen en nog eens oefenen, na het leren van allereerst het alfabet. Je realiseert je pas wat lezen is, als je gaat nadenken over hoe het zou zijn als je niet zou kunnen lezen. Je kunt dan geen teksten lezen in boeken of op websites (en geen opdrachten voor een webquest). Je kunt geen ondertitels lezen bij televisie programma’s. Je kunt geen aanbiedingen en etiketten lezen in de supermarkt. Voor bijna 1,5 miljoen mensen in Nederland is lezen nog heel moeilijk, dit noemt men laaggeletterdheid. En als je helemaal niet kunt lezen, dan ben je analfabeet. En analfabetisme is nog steeds een groot probleem in de wereld.

Het bekende ‘Aap-Noot-Mies’-leesplankje is inmiddels een museumstuk geworden, dat alleen oudere mensen nog kennen. Andere museumstukken zijn bijvoorbeeld de oude schoolplaten. In het museum van Burgh zijn deze museumstukken te vinden.

  1. Opdracht 1:
  2. Opdracht 2:
    • Kijk in het museum in het leslokaal naar voorwerpen die te maken hebben met lezen. Beschrijf ze en fotografeer deze. Als je dingen ziet die je niet herkent, vraag het dan aan de museummedewerk(st)er.
    • Maak aantekeningen en fotografeer zaken die je van belang vindt.
  3. Opdracht 3:
    • Maak na het museumbezoek een artikel over analfabetisme, lezen en het leesplankje.
    • Illustreer je verhaal met foto’s uit de Burghse Schoole en citaten uit de gehouden interviews.

>terug naar boven<

>terug naar de inleiding<

>home<